Meers on media

Waarom een Engelse titel voor een Nederlandstalige weblog? In deze blog schrijf ik over de rol en invloed van nieuwe media in het journalistieke landschap. De dominante taal in digitale nieuwe media is Engels en dit gegeven is een mooi voorbeeld van één van de centrale verschillen tussen nieuwe media en ‘oude media’. Posts op blogs, Facebook en Twitter van niet-Engelstaligen zijn vaak toch in het Engels geschreven. Het Engels dat we op deze sociale media tegenkomen is dan ook vaak niet het Engels dat we zouden tegenkomen in de Engelstalige oude media. Het is eerder een soort van internationaal Engels, een succesvolle versie van het idee achter het minder succesvolle Esperanto. Een thema dat centraal zal zijn in mijn posts is dan ook wat het gevolg is van zo’n nieuwe taal en, meer algemeen, wat het gevolg is van deze universalisering van media. Daarbij komt dan ook de vraag: Is nieuwe media echt een democratische vorm van media?

Sinds ik een nieuw medium, een blog, gebruik om te praten over nieuwe media, leek het mij gepast om het een Engelse titel te geven. Buiten het thema van universalisering zal ik ook aandacht geven aan hoe mijn eigen gebruik van dit medium invloed heeft op mijn berichtgeving en op hoe ik mijn onderzoek communiceer met het publiek.

Burgerjournalistiek

Buiten sociale media zijn er ook andere vormen van nieuwe media. In de plaats van een algemene definitie van nieuwe media te formuleren zal ik eerder specifieke instanties van nieuwe media belichten. Deze eerste post begint met een commentaar op een korte documentaire van Klara (https://www.youtube.com/watch?v=ofmxBpGd66Y). In deze documentaire zien we hoe Geert van Kesteren ‘burgerjournalistiek’ gebruikt om te rapporteren over wat er gaande is in Irak wanneer hij er als onafhankelijke journalist zelf niet welkom is. Deze burgerjournalistiek bestaat uit beelden die Irakezen met hun mobiele telefoons maken en naar hun familie in het buitenland sturen. Deze beelden zijn dus niet door professionele fotografen gemaakt en zijn een voorbeeld van hoe de leek via nieuwe media participeert in berichtgeving en journalistiek. Volgens van Kesteren zal dit soort berichtgeving nooit de plaats van de journalist innemen omdat we de journalist nodig hebben om dit soort rauwe informatie te filteren en in een context en ethisch kader te plaatsen.

Ik denk niet dat die burgerjournalistiek echt de journalistiek zelf zal vervangen want journalistiek is een vak.

Deze conclusie roept vragen op. Eén element van mijn onderzoek over de universalisering en democratisering van media en journalistiek is de vraag of we niet op een soort van ‘lowest common denominator’ cultuur afstevenen door iedereen aan het woord te laten. Als iedereen zijn zeg kan doen en gehoord kan worden, dan wordt de plaats van de specialist misschien steeds kleiner. Dit is mogelijk de redenering achter van Kesteren’s conclusie. Als de media beheerst wordt door leken dan zou dit met zich mee kunnen brengen dat de kwaliteit van de berichtgeving naar beneden gaat. Van een normatief standpunt lijkt het dan dat we de ‘oude school’ journalist nodig hebben om de uitspraken van de leek te contextualiseren.

Rol van de vakman

Nu, van Kesteren’s conclusie bestaat ook uit een voorspelling naast dit normatief standpunt want hij zegt dat de plaats van de vakman nooit zal ingenomen worden door de leek. Het probleem met dit aspect van zijn conclusie is dat deze voorspelling tegen de huidige tendens lijkt in te gaan. De economische modellen die de media sturen geven minder plaats in de media voor kwalitatieve normen. Dit is een tendens die al opgemerkt werd door de Frankfurt school in de eerste helft van de twintigste eeuw. van Kesteren’s thesis is gebaseerd op een norm en maakt een voorspelling maar deze voorspelling ligt mogelijk in conflict met de huidige tendens in het medialandschap.

Deze beelden die ik eerder reality-beelden zou noemen komen ongefiltert naar je toe.

Buiten de accuraatheid van van Kesteren’s uitspraak is er een fundamenteler aspect dat te betwisten valt: namelijk of deze normativiteit wel een vereiste is. Hieromtrent stel ik twee vragen: hebben we de vakman wel nodig om de gewenste norm te bekomen en is deze normativiteit überhaupt gewenst?

Met de eerste vraag doel ik op de kwestie van hoe de beelden van de burgerjournalist gecontextualiseerd moeten worden door de journalist. We weten waar de beelden van komen, namelijk van leken, en de leek stelt deze beelden niet voor als een objectief gegeven of als een gecontextualiseerd eindproduct. Deze beelden presenteren ons eerder met een fenomenologisch gegeven: ‘dit is hoe ik als Irakees de situatie in Baghdad beleef’. Als we deze data onderwerpen aan een norm die van buitenaf komt, dan lopen we het risico om een vertekend beeld te geven. Wanneer van Kesteren zijn interpretatie van één van de foto’s geeft, dan verliest de foto zijn originele waarde. Als we met ongefilterd materiaal werken dan kan het beter zijn om het materiaal voor te stellen hoe het is dan om er een ad hoc filter op te plakken.

De tweede vraag wordt al deels beantwoord door mijn antwoord op de eerste vraag. De rol van de journalistieke norm is anders in de context van burgerjournalistiek dan in de context van de vakman. De journalist heeft de verantwoordelijkheid om een ethische maatstaf te gebruiken in zijn werk. De burger of leek moet dit niet doen omdat zijn product anders geen democratisch gegeven meer is. Dit kan men ondersteunen met twee redeneringen. De eerste redenering is dat de norm van de journalist niet noodzakelijk ongekleurd is. De tweede is dat een collectie van ongefilterde meningen of beelden ons een ander beeld kan schetsen dat dan gejuxtaposeerd kan worden met het gefilterde beeld van de journalist. Zo kunnen we een meer compleet en mogelijk accurater beeld schetsen van hetgeen waarover we rapporteren. Vergelijkbare stellingen zijn te vinden in discussies over de relatie tussen oude media journalistiek en het medium van blogs. In deze literatuur wordt de journalist soms geschetst als een soevereine machthebber en blogs worden voorgesteld als een alternatief medium dat journalistiek democratischer kan maken (Regan 2003, Rosen 2005). Blogs, en we kunnen de lijn doortrekken naar nieuwe media in het algemeen, kunnen gebruikt worden om te rapporteren over de reporters. Matheson 2004 bekijkt dit van een Foucaultiaans standpunt en ziet blogs als een manier om de constructie van wat we te weten komen te herscheppen:

One way of characterizing such emergent practices is as a journalism of linking rather than pinning things down, that is situated within a model of knowledge-as-process rather than knowledge-as-product. Readers of the news weblog are set along paths of exploration rather than given nuggets of information, and the status of that information therefore changes. (Matheson 2004)

e07f80a8423f87cec3ea4a6c779126cd

Dit zijn nog ruwe bedenkingen die verder uitgewerkt moeten worden maar ze geven alvast een idee van de aspecten van nieuwe media die ik wil onderzoeken in deze blog. Twee algemene punten waren centraal in deze post. Aan de ene kant lijkt het mij gunstig om bewust te zijn van de veranderingen in de media en om rekening te houden met kwalitatieve waarden. Dit is waar van Kesteren’s uitspraak mogelijk op doelt. De focus op kwantiteit in de plaats van kwaliteit is niet noodzakelijk een gevolg van nieuwe media want deze focus is al langer aanwezig in de westerse cultuur, zoals de Frankfurt school reeds aanduidde. Aan de andere kant is het niet duidelijk hoe journalistieke normen moeten gebruikt worden in relatie tot burgerjournalistiek. In de plaats van ons een meer waarheidsgetrouw beeld te geven kan het toepassen van klassieke journalistieke normen op nieuwe media en op nieuwe vormen van journalistiek ons mogelijk eerder een vertekend beeld geven.

Bibliografie

Adorno, T.W (1963), Résumé über Kulturindustrie

Adorno, T. W. en Horkheimer, M. (1944), Dialectic of Enlightenment. Trans. Edmund Jephcott. Stanford: Stanford University Press, 2002.

Matheson, D. (2004) ‘Weblogs and the Epistemology of the News: Some Trends in Online Journalism’, New Media & Society 6: 443–68.

Regan, T. (2003) ‘Weblogs Threaten and Inform Traditional Journalism’, Nieman Reports 57(3): 68–70.

Rosen, J. (2005) ‘Bloggers vs. Journalists is Over’, PressThink, 15 January, URL
(http://journalism.nyu.edu/pubzone/weblogs/pressthink/2005/01/15/berk_pprd.html)

Advertisements

One thought on “Meers on media

  1. Pingback: Nieuwe media en journalistieke normen | meersonmedia

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s