Nieuwe media als alternatief voor elitebronnen

In de vorige post was er een paragraaf over hoe journalisten tegenwoordig nieuwe media gebruiken in hun onderzoek. Mijn startpunt hiervoor was wat Frank de Graeve zei over hoe journalisten nieuwe media kunnen gebruiken om informatie te vergaren. In deze post kijk ik naar data van polls en academische artikels om te zien of de Graeve’s voorstellen en observaties omtrent het nieuwe mediagebruik van journalisten overeenkomen met de observaties van anderen.

Vlaamse journalisten en nieuwe media

In 2012-2013 zien we dat de Vlaamse pers vooral nog gebruik maakt van traditionele manieren om info te verzamelen. Omtrent nieuwe media liggen de percentages van dagelijks gebruik redelijk laag. Zo gebruikt maar tussen de 13% en de 33% dagelijks sociale media zoals microblogs zoals Twitter (33%), sociaalnetwerksites zoals Facebook (24%), video- en fotosites (16%) en weblogs (13%) om informatie te verzamelen (De Vuyst, Raeymakers, De Keyser 2013, 4). Wat misschien nog sprekender is, is dat ongeveer een derde zelden of nooit sociale media gebruikt. Dit is 33% voor weblogs, 30% voor microblogs, 27% voor sociaalnetwerksites en 33% voor foto- en videosites. Jongere journalisten maken meer gebruik van sociale media dan oudere journalisten. En journalisten die als vaste journalist werken gebruiken het meer dan freelance journalisten (ibid, 5).

Nu, de vraag is wat deze cijfers ons echt zeggen. Ik heb ze voorgesteld als een bevestiging dat het gebruik van nieuwe media voor informatievergaring nog niet alomtegenwoordig is. Men kan natuurlijk evengoed zeggen dat dit in de komende jaren wel zo zal worden en dat cijfers die zeggen dat een derde van de Vlaamse journalisten in 2012-2013 al dagelijks gebruik maakte van Twitter een feit is dat deze stelling ondersteund.

Gevolgen van het gebruik van online sources

In een recent artikel verzamelen Lecheler en Kruikemeier (2015) de data van verschillende onderzoeken omtrent het gebruik van online bronnen in journalistiek. Ze benaderen deze data vanaf drie invalshoeken: hoe dit de selectie van bronnen door journalisten beïnvloedt, hoe dit de verificatiestrategieën van journalisten verandert en wat dit teweegbrengt in de hoe de consument naar nieuwsberichtgeving kijkt.

Lecheler en Kruikemeier vertrekken van de thesis dat het gebruik van sociale media, websites en online encyclopedieën stijgt. Hiervoor verwijzen ze naar onderzoek van Hermida 2013, Tylor 2015 en Vis, 2013. Nu, het laatste onderzoek van Vis is gericht op hoe journalisten sociale media gebruiken om iets te laten weten aan hun publiek. Deze post is beperkt tot hoe journalisten sociale media gebruiken om iets op te zoeken.

Door de twee eerste vragen (selectie en verificatie) te beantwoorden, proberen Lecheler en Kruikemeier een algemene conclusie te vormen over hoe de machtsrelatie tussen journalisten en hun bronnen ligt in het online tijdperk (2). De hypothese die ze bevragen bestaat uit twee delen, namelijk of de optie van online bronnen een democratisering van journalistieke bronnen met zich mee brengt en of de traditionele aanpak van journalisten in verband met bronnen zich vertaalt naar deze nieuwe situatie. De redenering achter het eerste aspect is dat journalisten nu online meer mensen kunnen bereiken en nu kunnen ze dus ook meer ‘gewone’ mensen bereiken terwijl ze vroeger eerder afhankelijk waren van officiële bronnen. Wanneer er iets gebeurd in een bedrijf kan je nu bijvoorbeeld makkelijk iemand die daar werkt aanspreken via Twitter in de plaats van contact te moeten proberen maken met een pr-persoon van het bedrijf. De vraag van selectie heeft ook een tweede onderdeel. Als journalisten meer bronnen hebben, en specifiek meer democratische, als in niet-elite, bronnen, dan zou de journalist in se een groter en completer beeld kunnen geven in zijn bericht (4).

Arguably, the proliferation of user-generated content on online platforms could lead to loss of control for elites, and increase the visibility of nonelite citizen voices in the media (Hermida and Thurman, 2008). (2)

Dit laatste aspect van hun vraagstelling omtrent selectie van bronnen gaat mogelijk in tegen de conclusie van mijn vorige post. In deze conclusie stelde ik voor dat de overvloed van nieuwsbronnen voor de consument de taak van de journalist hervormt naar een grotere focus op diepte- en opinie- of interpretatiestukken. Lechelen en Kruikemeier stellen iets anders voor, namelijk dat sinds de journalist meer bronnen heeft, hij een objectiever beeld kan schetsen voor de consument. Dit gaat in tegen het opinie-aspect van mijn conclusie. Het kan aan de andere kant wel verzoend worden met het diepteonderzoek-aspect van mijn conclusie.

Nu, Lechelen en Kruikemeier’s conclusie is dat online informatie vergaring eerder complementair is dan dat het de plaats inneemt van traditioneel onderzoek, dat journalisten moeilijkheden ondervinden met het verifiëren van hun online onderzoek en dat ‘elite-bronnen’ nog altijd de overheersende bronnen van informatie zijn. Dit laatste aspect gaat dan in tegen het idee dat journalistiek onderzoek democratischer wordt en dat ze hierdoor een completer beeld van het nieuws kunnen schetsen. Dit kan als een motivatie voor mijn prognose worden opgevat.

…the available research largely takes the point that online sources will not replace offline sources, but that they are a (welcome) addition to journalistic sourcing routines. Also, online sourcing has so far not changed much regarding the dominance of elite sources in news reporting. (5)

Zo toont onderzoek van Lariscy et al. (2009) en Knight (2012) aan dat journalisten ook in hun online onderzoek elite bronnen (zoals websites van politieke partijen en websites van kwaliteitskranten) verkiezen boven andere bronnen.

Wanneer het gaat over verificatie van bronnen en hoe de journalist dit moet doen in het online landschap, komen ze tot de volgende conclusie, die ook betrekking heeft tot mijn suggesties in verband met het gebruik van wiki’s door journalisten:

Where verification strategies used to be phone calls with trusted sources to confirm a new piece of information, there are now questions of acquiring geo-location (i.e. from where was the information posted), identifying where social media content comes from, or understanding where trustworthy eyewitness information could be obtained (Schifferes et al., 2014). In some way, this might also be the reason why journalists shy away from using social media information for serious and substantial reporting, and why this kind of sourcing strategy is more often used on light entertainment and sports stories as found by Broersma and Graham (2013). Importantly, the sheer impossibility to fully understand the complex architecture of online information has prompted some researchers to start developing computerized tools that may help with verifying information online.

Om op te sommen, journalisten hebben dus eigenlijk een grote bagage aan onlinekennis en -tools nodig om online bronnen te kunnen verifiëren en het gebrek hieraan ligt mogelijk aan de grond van waarom journalisten nu nog altijd elite-bronnen verkiezen.

Samenvatting van de onderzoeken (Lecheler en Kruikemeier, 6-7)

Tabel 1 Lecheler & Kruikemeier

Tabel 2 Lecheler & Kruikemeier

Bibliografie

De Vuyst, S. & Raeymakers, K. & De Keyser, J. (2013) ‘Journalistiek 2.0?’ in Nieuwsbrief Steunpunt Media, Nieuwsmonitor 16, oktober 2013

Hermida, A. (2013) ‘#JOURNALISM: reconfiguring journalism research about Twitter, one tweet at a time.’ in Digital Journalism 1(3): 295–313.

Hermida, A. & Thurman, N. (2008) ‘A clash of cultures: the integration of user-generated content within professional journalistic frameworks at British newspaper websites’ in Journalism Practice 2(3): 343–356.

Knight, M. (2012), ‘Journalism as usual: the use of social media as a newsgathering tool in the coverage of the Iranian elections in 2009’ in Journal of Media Practice 13(1): 61–74.

Lariscy, R.W. & Avery E.J. & Sweetser KD, et al. (2009), ‘An examination of the role of online social media in journalists’ source mix’ in Public Relations Review 35(3): 314–316.

Lecheler, S. & Kruikemeier, S. (2015) ‘Re-evaluating journalistic routines in a digital age: A review of research on the use of online sources’, in new media & society, Sage pub, pp 1-16.

Tylor, J. (2015), ‘An examination of how student journalists seek information and evaluate online sources during the newsgathering process’ in New Media & Society 17(8): 1277–1298.

Vis, F. (2013), Twitter as a reporting tool for breaking news: journalists tweeting the 2011 UK riots’, in Digital Journalism 1(1): 27–47.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s