Maakt het internet journalistiek democratischer?

In de eerste post verwees ik naar de vraag of nieuwe media ontwikkelingen in relatie tot journalistiek wel daadwerkelijk een democratiserend effect hebben. Zoals de titel al aanduidt, is dit het onderwerp van deze post. Mijn focuspunt voor deze post is de ‘digital divide’, de digitale kloof die heerst tussen mensen met toegang tot computers en internet (ik verwijs hier vanaf nu naar met de term ICT) en mensen zonder toegang tot ICT. Er is geen consensus over het gebruik, de oorsprong en de definitie van de term ‘digital divide’ maar deze algemene definitie is het startpunt voor deze post. Voor een kritische analyse van het gebruik en van definities van de term, zie Gunkel 2003.

In verband met journalistiek komt de volgende stelling naar boven. Als journalistiek alsmaar een meer digitaal en online gebeuren wordt, dan worden diegenen zonder toegang tot ICT meer en meer uitgesloten van journalistiek. Dit ondermijnt het democratische karakter van de digitalisering van journalistiek. In vorige posts hebben we ook al andere bedenking in verband met deze democratisering gezien, namelijk in relatie tot journalistiek normen en de kwaliteit van journalistiek. In deze post ligt de nadruk eerder op de vraag of de digitalisering zelf wel echt een democratiserend effect heeft.

De digitale kloof

In de inleiding heb ik een algemene definitie gegeven, namelijk het verschil tussen diegenen met toegang tot ICT en die zonder deze toegang. Naast te verwijzen naar toegang kan deze kloof ook op een verschil in gebruik duiden. Twee personen kunnen dezelfde toegang hebben tot een computer en internet maar de kloof kan erin liggen dat de éne haar computer voor zowat alles gebruikt en de ander bijna nooit. Er zijn dus twee aspecten aan: het primaire aspect is toegang en het secundaire aspect is gebruik.

De ‘digital divide’ kan voorkomen op verschillende niveaus. Het eerste is het niveau van individuen. De digitale kloof kan dus liggen tussen individuen indien één individu toegang heeft tot ICT en een ander niet. Tussen individuen kan het niet alleen om economische (kan geen computer betalen) of praktische redenen (er is geen internet receptie waar je woont) gaan maar ook het kan ook om een verschil in capaciteiten gaan. De digitale kloof kan een instantie zijn van een generatiekloof, bijvoorbeeld. Iemand’s oma kan wel het geld voor een computer hebben maar niet de know-how om er eentje te bedienen. Ook hier gaat het nog om toegang en niet om hoe veel men ICT gebruikt.

De digitale kloof komt ook voor op hogere niveaus. Zo kan het op duiden op een verschil tussen bevolkingen, bevolkingsklassen, geografische gebieden, enzovoort. Wanneer we het op een globaal niveau bekijken krijgt het een ander karakter, want dan gaat het niet meer over een digitale kloof tussen mensen maar tussen landen. Een land is natuurlijk een collectie van mensen maar het is ook veel meer, het gaat over de groep mensen als een groep. Een voorbeeld van dit verschil is dat een rijk land zich beter kan ontwikkelen omdat het meer toegang heeft tot informatie technologieën. Hier brengt de kloof verschillen met zich mee tussen het welzijn of de ontwikkeling van hele groepen en niet tussen individuen. Voor een globaal overzicht van de digitale kloof in 2015, zie de website van het ITU:

ITU tabel 1

ITU tabel2

Gevolgen van de digitale kloof

De vorige paragraaf eindigde met een voorbeeld van een gevolg van de digitale kloof. Laten we de verschillende mogelijke gevolgen overlopen. Het meest vanzelfsprekende gevolg is dat mensen met een computer en internet (en die deze gebruiken) toegang hebben tot meer informatie dan anderen. Dit is het algemene gevolg, waarop tweedegraadsconsequenties volgen zoals economische en sociale voordelen, bijvoorbeeld. Deze tweedegraadsgevolgen zijn wel geen rechtstreekse gevolgen van het informatie verschil. Hoe men omgaat met deze toegang tot informatie en hoe men ze gebruikt (of kan gebruiken) is hier ook van belang. Zo zegt Colin Sparks (2000) dat het internet zijn democratisch potentieel niet kan realiseren omdat de manier waarop het internet zijn plaats vindt in de samenleving volgens de al aanwezige structuur van de samenleving is. En vervolgens zullen de klassenverschillen die al aanwezig waren vóór het internet aanwezig blijven. Of om het in Gunkel (2003) zijn terminologie te zeggen: de digitale divide is een symptoom en geen oorzaak van sociaal-economische verschillen (2003, 512).

Tot nu toe, als inleiding tot het debat rond de digitale kloof, heb ik deze kloof besproken als een zwart-op-wit situatie met twee kanten. Natuurlijk is de situatie veel genuanceerder. Er zijn gradaties in hoever mensen toegang hebben tot digitale media (Gunkel 2003) en er zijn gradaties in hoe technologie verspreid is over de wereld. Amelia Bryne Potter (2006), bijvoorbeeld, schetst een genuanceerder beeld om te voorkomen dat bepaalde groepen mensen zouden worden overgeslagen in ontwikkelingsprojecten omtrent het internet. Ze doet dit, onder andere, door te kijken naar de context waarin men de verschillende technologie niveaus vindt, zoals Sparks (2000).

Tot zover hebben we de digitale kloof in het algemeen besproken, laten we nu kijken naar hoe dit verbonden is met journalistiek.

En journalistiek?

In de eerste post heb ik Geert van Kesteren’s visie op de relatie tussen burgerjournalistiek en vakjournalistiek besproken. Hieromtrent zei ik dat het toepassen van traditionele journalistieke normen op burgerjournalistiek mogelijk een vertekend beeld geeft en dat dit het democratische aspect van burgerjournalistiek ondermijnt door het te vergelijken met de literatuur over blogjournalistiek. Wat de digitale kloof ons zegt is dat burgerjournalistiek en blogs in zichzelf niet een democratisch medium zijn. Nu, als we het op een continuüm bekijken dan zijn blogs en de input van burgers wel democratischer dan traditionele media. We mogen alleen niet vergeten dat we de stemmen van het merendeel van de wereld (zie de grafieken boven) nog altijd niet horen.

Hetzelfde kunnen we zeggen over wiki’s en Wikinews. Nieuws en informatiebronnen die door iedereen geschreven en bewerkt kunnen worden zijn nog altijd maar zo democratisch, en ook al is dit heel vanzelfsprekend maar het wordt vaak over ogen gezien, als de verspreiding van de media om dit te kunnen doen. Dit is dan iets dat de neutraliteitsclaim van Wikinews mogelijk deels ondermijnt.

Dit aspect heeft ook gevolgen voor de rol van de vakjournalist in het nieuwe media landschap. De vakjournalist zou het dan op zich moeten nemen om de kant van diegenen zonder toegang tot ICT te laten zien. Nu, dit gaat ervan uit, zoals de vorige twee stellingen, dat mensen met toegang tot ICT ook daadwerkelijk deelnemen in journalistiek (en dat ze gehoord/ gelezen worden). Het is moeilijk om dit aspect van journalistiek in verband met de digital divide anders te bekijken.

Buiten het aspect van democratische participatie in het maken van journalistiek is er natuurlijk ook de kwestie van toegang tot nieuws, zoals ik in de eerste paragraaf al heb aangehaald. De vraag die we hier eerst moeten stellen is dan of mensen die geen toegang hebben tot ICT wel toegang hebben tot kranten en andere printmedia. Op het continuüm van de digitale kloof zullen er in elk geval mensen zijn die in deze categorie vallen. De kwestie is dan dat als journalistiek meer en meer digitaal wordt, dat er mensen gaan zijn die geen toegang meer hebben tot het nieuws. Dit valt moeilijk te voorspellen en hiervoor zouden we naar cijfers moeten kijken. Op het eerste zicht zou ik zeggen dat daar waar er geen internet is en de bevolking groot genoeg is, er wel een andere manier van nieuwsdistributie aanwezig zal zijn.

Bibliografie

Gunkel, D. J. (2003), ‘Second thoughts: toward a critique of the digital divide’, in new media & society, Vol5 (4):499–522

Sparks, C. (2000), ‘The Distribution of Online Resources and the Democratic Potential of the Internet’ in van Cuilenberg, J. and van der Werf, R. (eds)  Media and Open Societies:  Cultural, Economic and Policy Foundations for Media Openness and Diversity in East and West.  Amsterdam:  Het Spinhuis.  229-54

Potter, A.Bryne (2006), ‘Zones of silence: A framework beyond the digital divide.’, First Monday, 11(5), URL: http://firstmonday.org/htbin/cgiwrap/bin/ojs/index.php/fm/article/view/1327/1247

Advertisements

One thought on “Maakt het internet journalistiek democratischer?

  1. Pingback: Internet als een democratisch medium revisited | meersonmedia

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s