Swipen, scrollen, zien en horen: is er nog plaats voor woorden?

In een gastlezing van Kris Van Hemelryck voor het college Nieuwe Media en Mediaconvergentie, kwamen er interessante cijfers aan bod. De leidraad tussen deze cijfers en grafieken was dat mensen hun smartphone, tablet of pc meer gebruiken om het nieuws te bekijken en lezen dan andere de traditionele media zoals krant, radio en televisie.

mobile_vs_tv_1_v1b-1

Dit brengt met zich mee dat de journalist over nieuwe manieren beschikt waarmee hij het nieuws kan brengen. Het grootste verschil tussen een krant en een smartphone is dat de laatste interactief is. Je kan op dingen klikken, je kan scrollen, je kan zelfs iets posten, commenten en zo zelf participeren in de nieuwsberichtgeving. Hierdoor kan de journalist heel veel leuke interactieve manieren verzinnen om het nieuws aan de mens te brengen (voor enkele voorbeelden, zie verder). Een ander aspect is dat je smartphone weet waar je bent (tracking), waardoor de (lokale) nieuwsberichtgeving automatisch kan afgesteld worden op je locatie.

2-For-many-mobile-means-more-news

Een ander groot verschil is dat er meer plaats is voor beelden, en dat er ook video’s kunnen worden weergeven. De volgende slides werden gebruikt in Van Hemelryck’s presentatie:

pasted-from-clipboard

pasted-from-clipboard

Spijtig genoeg is er geen bron vermeld voor deze cijfers. Op deze afbeeldingen staan trouwens enkele stellingen die elkaar tegenspreken. ‘No one reads’ maar er worden dagelijks wel gemiddeld 100,500 woorden digitaal geconsumeerd per Amerikaan. De stelling dat 79% van de Amerikanen het web scannen ‘in de plaats van elk woord te lezen’ kan de andere twee stellingen verklaren. De term ‘reads’ wordt dus genomen als elk woord lezen. Als we deze definitie nemen denk ik dat er bijna niemand, buiten misschien redacteurs, journalisten en anderen met een professionele of academische interesse voor journalistiek, de krant ‘leest’.

Ook de stellingen in de tweede afbeelding zijn problematisch. Om de thesis te verdedigen dat je beter iets toont (met multimedia) dan erover te schrijven (omdat mensen dit liever hebben) staan er de volgende cijfers: nieuwsberichten met multimedia krijgen 77% meer reacties en er wordt drie keer meer gelinkt naar blogposts met video’s dan naar posts zonder video’s. Beide cijfers zeggen ons niet of mensen nu liever het nieuws te weten komen via multimedia of via tekst. In verband met het eerste cijfer: multimedia lokt misschien gewoon sneller reacties uit. Als een journalist een goed geargumenteerde verklaring van een feit neerschrijft dan zal dit waarschijnlijk minder reacties uitlokken dan een video van het feit. Dit kan verder verklaard worden, bijvoorbeeld, door aan te halen dat mensen altijd op zoek zijn naar een verklaring en als deze er niet is, ze er zelf een zullen voorstellen. Het verschil in reacties kan dus evengoed een teken zijn van een verschil tussen de formats tekst en video, namelijk dat het laatste geen (of niet altijd een) verklaring geeft. In ieder geval, het cijfer zegt ons dus niet noodzakelijk iets over hoe de consument liefst het nieuws verteert.

Voor het cijfer dat er drie keer meer wordt gelinkt naar blogposts met video’s zijn er ook meerdere verklaringen mogelijk die geen betrekkingen tot mensen hun voorkeur in nieuwsberichtgeving. Misschien linken mensen meer naar posts met video’s dan naar posts met enkel tekst simpelweg omdat ze gemakkelijker iets te zeggen hebben over een video. Je lezer een link geven naar een video zal haar ook minder afschrikken dan een link naar en volle tekst, enzovoort.

De nieuwe journalist

Laten we even de bovenstaande bedenkingen aan de kant schuiven en de thesis aanvaarden dat mensen in het algemeen niet meer op zoek zijn naar tekstartikels maar eerder naar crossmediale manieren om het nieuws te weten te komen. In Van Hemelrycke’s presentatie zijn er veel voorbeelden van interessante gebruiken van multimedia om het nieuws aan de consument te brengen. Hier zijn er enkele:

http://www.theguardian.com/world/interactive/2013/may/26/firestorm-bushfire-dunalley-holmes-family

http://extras.thetimes.co.uk/public/2014/maps/25-02/Yanukovych_storymap.html

http://www.wheredoesmymoneygo.org/

http://www.theguardian.com/world/interactive/2011/mar/22/middle-east-protest-interactive-timeline

Het eerste wat opvalt is dat een heel groot deel van de informatie hier nog altijd geschreven is en dat de multimedia aspecten eerder een ondersteunende functie hebben. Wanneer de multimedia de echte informerende functie overnemen (in de voorbeelden van Van Hemelryck) lijkt de journalistieke waarde er toch onder te lijden. Zo heb je nieuwsgames:

darfur_village

Darfur is Dying

pirate-fishing-658x373

Pirate Fishing

Save Charlie

Of ‘scrollytellying’:

The Boat van Nam Le in interactieve versie

Snow Fall

Het gevaar van deze vormen van vertellen als medium voor journalisten is dat het te veel in functie van entertainment en emotionele betrokkenheid werkt. Het medium van games, bijvoorbeeld, is gebaseerd op, en wordt meestal gebruikt voor, de functie van je dingen te doen ervaren. Dit is iets anders dan dingen te weten te komen. Je kan zo wel nieuwe dingen te weten komen maar dit lijkt mij toch niet de beste manier om het nieuws mee te delen. Deze media lijken eerder terug geschikt voor de nieuwsartikels te ondersteunen en om mensen die op een andere manier, als in buiten de artikels te lezen, meer met het nieuws bezig willlen zijn. Hiervoor zijn er twee redenen. Ten eerste, als je een medium gebruikt dat vooral voor entertainment en het opwekken van emotionele betrokkenheid geschikt is dan gaat het moeilijk zijn om op een droge en feitelijke manier het nieuws voor te stellen. En dit is nog altijd de manier waarop de meeste mensen het nieuws willen te weten komen. Ten tweede, de hoeveelheid informatie die je kan meedelen wordt gelimiteerd door deze twee functies. Bij nieuwsmededeling zou het format juist in functie moeten staan van informativiteit. Daarom lijkt tekst nog altijd het beste medium om deze rol te vervullen.

Tekst is koning

Uiteindelijk lijken crossmediale berichtgevingen niet echt een bedreiging voor goede oude tekstjournalistiek. Tekst is nog altijd de snelste, efficiëntste, bruikbaarste en eenvoudigste manier om informatie mee te delen met het publiek. Zo kan je in een paar zinnen beschrijven wat er gebeurd in een minutenlange video. Je kan ook zeggen waar de video van komt, wie hem gemaakt heeft en wat de context ervan is. Video’s en foto’s zijn goed als complementair materiaal voor je artikel. Het gebruik van foto’s is dan ook niets nieuws in kranten en links naar video’s komen ook veel voor op nieuwswebsites maar foto’s en video’s vervangen de tekst niet. De nieuwe journalist moet dan ook zijn oude stiel niet verleren. Een goede journalist is nog altijd iemand die goed kan schrijven.

In deze blogpost heb ik een lagere wordcount dan in de vorige posts. Wel heb ik meer links en foto’s. Mijn schrijfstijl is automatisch minder academisch en ik verwijs naar minder bronnen. Mijn vraag naar de lezer toe is dan of dit deze post minder of meer informatief doet lijken en of men het een interessantere of oppervlakkigere manier van informatie meedelen vindt.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s