Economische gevolgen van nieuwe media in de journalistiek

Een onderwerp dat ik nog niet heb besproken in betrekking tot nieuwe media en journalistiek zijn de economische gevolgen van de digitalisering van journalistiek. Er zijn evidente vragen die naar boven komen wanneer we nadenken over de economische kant van dit onderwerp: Hoe kunnen we geld verdienen aan nieuwsberichtgeving als al het nieuws online staat? Als de consument meer keus heeft, moet de producent meer plooien naar de wil van de consument; kiest de consument vanaf nu hoe en welk nieuws aan bod komt? Gaan we een journalist evenveel betalen als we online een hoop mensen tegenkomen die hetzelfde (?) werk doen maar gratis? enzovoort… Omdat er te veel aspecten zijn om over te praten in één blogpost zal ik maar een bepaalde gevolg ervan bespreken.

In deze post ga ik in discussie met een academisch artikel over de  economische kant van hyperlinks (in relatie tot weblogs, waar hyperlinks als bronreferentie dienen).  Ik kijk ook naar wat twee grote figuren van beide kanten van het debat, namelijk Eric Schmidt, de CEO van Google, en Jim Kennedy van de Associated Press, te zeggen hebben over linken naar nieuwsartikels.

Hyperlinks

Dellarocas et al. (2013) refereren naar Blood (2002) om het gebruik van hyperlinks in blogs aan te halen:

Hyperlinks enable content creators to substitute or complement their own content with links to thirdparty content. Links are usually accompanied by a summary or commentary related to that content. Using links in this manner is common among bloggers and other producers of social media, who use them as a mechanism for building a community and engaging with each other’s ideas (Blood 2002).

Onder de Amerikaanse wetgeving kan men naar het ‘First Amendment’ verwijzen om dit soort gebruik van ander man’s artikels te verantwoorden. Met dit als ‘bescherming’ hoeft men geen toestemming te krijgen en geen royalties te betalen. Over het algemeen is het voordelig voor de originele makers van het artikel dat wordt gelinkt om meer bezoekers te krijgen. Dit is dus een positief gevolg van gelinkt te worden door anderen (zie Dewan et al. 2004 voor een bespreking van grote ‘content aggregators’ en Jarvis 2008 voor een betoog dat dit voordelen met zich meebrengt voor de makers van de inhoud van de artikels).

In de context van het internet brengt hyperlinken dus een groot voordeel met zich mee maar in de context van traditionele media heeft het ook een groot nadeel. Kranten en omroepen zijn traditioneel gefocust op het maken van inhoud. Als je dan een hoop mensen hebt die naar jouw inhoud linkt, dan kun je zeggen dat deze mensen gratis gebruik maken van jouw inhoud, die jouw geld heeft gekost. Zo heeft in 2009 de Associated Press (AP) Google beschuldigd van hun winst te stelen door gratis gebruik te maken van hun inhoud.

Google sends 1 billion clicks a month to newspapers–that’s 400 clicks a second. “The point is not to shut down traffic,” says Kennedy. “The point is that Google should not be hypersyndicating content.” AP stories are being “scraped, copied, devalued and shared without limit,” he says.

-Jim Kennedy, director of strategic planning AP

Deze quote moet uitgelegd worden. Kennedy zegt dus dat het doorsturen van mensen naar kranten websites niet problematisch is. Wat wel een probleem is, is dat Google inhoud ‘hypersyndicate’. Wat betekent dit? Hiervoor heb ik een definitie moeten opzoeken:

Content Hyper-Syndication:
1. A business model meant to make professionally produced content available in open and portable channels.

Het probleem hier is dus dat dit een business model is dat de originele content op andere manieren, namelijk in ‘open’ en ‘draagbare’ media, aan de dag brengt. Deze andere manieren zorgen ervoor dat deze originele content dus ‘scraped, copied, devalued and shared without limit’ wordt. Om samen te vatten: door via andere media de content van nieuwsartikels beschikbaar te maken gaat Google de manier waarop kranten geld verdienen ondermijnen want kranten verdienen juist geld door mensen te doen betalen om deze content te kunnen verkrijgen.

Google spreekt

In een interview met Adam Lashinsky van Fortune zegt Eric Schmidt, de CEO van Google, dat Google de kranten zou willen ‘helpen’ met hun economische situatie maar dat het moeilijk is om te zeggen hoe ze dat zouden kunnen doen.

Google can’t make the cost of newsprint go down. We also can’t materially change the way consumers behave, and consumers are in fact moving their lives online. We have been able to send clicks to their Web sites, which they can monetize. So that provides some revenue. The problem is that doesn’t provide enough revenue to offset the loss of the other revenue.

Volgens Schmidt zijn er twee problemen voor print nieuws, namelijk dat de consument zijn nieuws online zoekt en dat de kosten van het printen te hoog zijn. Google zou door mensen naar nieuwswebsites door te sturen de kranten ook helpen omdat meer bezoekers meer winst betekent. Mensen zijn nog altijd op zoek naar nieuws zegt hij.

They don’t have a problem of demand for their product, the news. People love the news. They love reading, discussing it, adding to it, annotating it.

Die laatste drie aspecten zijn duidelijk verwant aan de nieuwe manier waarop het nieuws op het internet aan de man komt. Deze uitspraak lijkt op een reclame zinnetje voor Google: ‘mensen vinden het leuk om het nieuws te bespreken, te becommentariëren en er dingen aan toe te voegen, het internet (en dus Google) maakt dit mogelijk.’

Schmidt noemt ook enkele dingen op waarmee Google de winstmarge van de kranten in de hand probeert te werken. Zo zegt hij dat zij een ‘mechanisme’ hebben om abonnementen te promoten maar dat mensen juist op het internet naar nieuws zoeken omdat het gratis is. Daarnaast hebben ze geprobeerd om de producten van kranten meer te integreren met de producten van Google. Google heeft ‘tools’ om het voor kranten gemakkelijker te maken om geld uit hun klanten te halen maar deze kleine hulpmiddeltjes zijn geen oplossing voor het de twee fundamentele problemen: consumentengedrag is meer online gericht en het kost te veel geld om een krant te drukken.

Spijtig genoeg legt Schmidt niet verder uit hoe Google met dit mechanisme en deze integratie kranten eigenlijk heeft proberen te ‘helpen’. Zonder deze uitleg is het moeilijk om te zien tot welke mate deze hulpverlening een serieuze doelstelling was. Schmidt zijn antwoorden op de volgende vragen lijken eerder aan te tonen dat het helpen van de kranten alleen maar een gevolg zou zijn van een zakenmodel waar Google geld uit kan verdienen.

Adam Lavinsky vraagt ook of er meer structurele plannen zijn. Hij stelt voor om de kranten te kopen of om er geld in te pompen (zoals Microsoft ooit heeft gedaan met Apple), waarop Schmidt antwoordt dat ze daar geen plannen voor hebben omdat de juiste criteria hiervoor niet in plaats zijn. Wat deze criteria zijn komen we ook niet te weten. Op de vraag of er andere mogelijkheden zijn antwoordt Schmidt dat er non-profits zijn die bedrijven steunen die een publieke dienst vervullen of dat de kranten onderdeel kunnen worden van grotere bedrijven (zoals de Washington Post onderdeel is van de Graham Holdings Company en hun publicaties hebben verkocht aan Amazon CEO Jeff Bezos). Maar er wordt niets gezegd over hoe Google hier mee kan helpen.

Lavinsky stelt dan de prangende vraag: en wat met google.org, de non-profit van Google?

Waarop Schmidt antwoordt:

We didn’t want to co-mingle philanthropy with business. We are in the advertising business.

But you do believe it’s important that newspapers survive?

Not only do we believe that, but I’ve been outspoken about it because I want everyone to get that. The fundamental question you’re asking is why does Google not write large checks to newspapers? We’re careful at Google with our money. We write large checks when we have a great strategy. And we don’t yet have that strategy.

Bibliografie

Dellarocas, C., Katona, Z., Rand, W. (2013) ‘Media, Aggregators, and the Link Economy: Strategic Hyperlink Formation in Content Networks’ in Management Science 59(10):2360-2379.

Dewan R.M., Freimer M.L., Seidmann A., Zhang J. (2004) ‘Web portals: Evidence and analysis of media concentration’ in J. Management Inform. Systems 21(2):181–199.

Jarvis J (2008) The link economy vs. the content economy. Buzzmachine
Blog (June 18), URL: http://www.buzzmachine.com/2008/06/18/the-link-economy-v-the-content-economy/.

Karp S (2007) The Web’s link-driven attention economy. Publishing
2.0 (December 15), URL: http://publishing2.com/2007/12/15/the-webs-link-driven-attention-economy/.

Lashinsky, A. (2009) CEO Eric Schmidt wishes he could rescue newspapers.
Fortune (January 7), URL: http://archive.fortune.com/2009/01/07/technology/lashinsky_google.fortune/index.htm

Smillie, D. (2009) Google vs. the News. Forbes (April 6), URL: http://www.forbes.com/2009/04/06/google-ap-newspapers-business-media-copyright.html

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s